By

Ontwikkelingen in internetgebruik (2006-2007) en de rol van opvoeding

In de Monitor Internet en Jongeren wordt beschreven dat tussen 2006 en 2007 het aantal jongeren met toegang tot internet is gestegen. De jongeren gebruiken internet voor ontspanning (bijvoorbeeld door het spelen van online games) en voor het volbrengen van schooltaken. Online pesten en compulsief internetgebruik vormen risico’s van internetgebruik. Ouders kunnen door de opvoeding die zij hun kinderen bieden de kans op deze risico’s verkleinen.

Highlights

  • Jongeren die in 2006 meer last hadden van sociale angst, gevoelens van eenzaamheid en die een negatiever zelfbeeld hadden, besteden in 2007 meer tijd aan online gamen.
  • Een subgroep (3%) van de online gamers wordt gezien als ‘compulsieve’ gamer. Compulsieve gamers zijn vaker man, iets vaker allochtoon, ze doen het slechter op school en psychisch en sociaal gaat het slechter met hen.
  • Naarmate kinderen ouder zijn neemt het internetgebruik voor schooltaken toe. Ze zoeken op internet naar informatie, ze werken samen met anderen en ze oefenen op internet voor toetsen.
  • De kans op online pesten door jongeren is het kleinst als de ouders een hechte band met hun kinderen onderhouden, veel steun en structuur bieden, en weinig of geen psychologische controle en strenge straffen inzetten.
  • Algemene opvoedingskenmerken (bijvoorbeeld de mate waarin ouders hun kinderen in het algemeen steunen) staan niet in verband met intensief en compulsief internetgebruik door hun kinderen.
  • Internetspecifieke opvoeding (de manier waarop ouders met het internetgedrag van hun kinderen omgaan) staat wel in verband met intensief en compulsief internetgebruik door hun kinderen.

Download hier de rapportage:

Van Rooij, A. J., & Van den Eijnden, R. J. J. M. (2007). Monitor Internet en Jongeren 2006 en 2007. Ontwikkelingen in internetgebruik en de rol van opvoeding [Monitor Internet and Youth 2006 and 2007. Developments in Internet Use and the Role of Parenting]. Rotterdam: IVO Reeks 54.

Methode: Herhalend vragenlijstonderzoek uitgevoerd onder kinderen uit groep 7 en 8 van de basisschool en de eerste twee klassen van het voortgezet onderwijs. In 2006 hebben 4500 kinderen deelgenomen aan het onderzoek, in 2007 4900 kinderen. In 2007 hebben ook 3354 ouders deelgenomen aan het onderzoek.