By

Spitzer negeert nuance in boek over digitale media

Door Peter Teffer

DNP

Worden we nu slimmer of dommer van digitale media? Dit debat woedt voort, vooral nu het aantal basisscholen groeit waar tablets in de les gebruikt worden. Zo is een aantal basisscholen in augustus begonnen met het onderwijsmodel O4NT. Critici op deze ‘iPad-scholen’ verwijzen in hun bezwaren vaak naar Digitale dementie, het pas in het Nederlands verschenen boek van de Duitse psychiater en psycholoog Manfred Spitzer. Maar hoe solide is de onderbouwing van Spitzer?

Digitale media verhogen de kans op dementie, maken ons depressief, verslaafd en slapeloos, betoogt Spitzer. Hij doet dat op basis van wetenschappelijke onderzoeken. Hoe belangrijk dat is, bevestigt hij zelf ook meerdere malen in het boek. Er wordt veel onzin over digitale media verspreid zonder wetenschappelijke onderbouwing, schrijft Spitzer waarschuwend. Maar zelfs argumenten die gebaseerd zijn op wetenschap, kunnen misleiden. Dat toont Spitzer onbedoeld zelf aan.

Zo verwijst Spitzer naar onderzoeker Robert Kraut die in 1998 in het artikel Internet Paradox concludeerde dat hoe meer zijn proefpersonen internet gebruikten, hoe minder de communicatie met familieleden werd en hoe kleiner de sociale kring van de deelnemers. Maar vier jaar later schreef dezelfde wetenschapper het artikel Internet Paradox Revisited. Daarin beschreven hij en zijn medeonderzoekers dat de negatieve effecten die ze in 1998 nog hadden waargenomen, inmiddels waren verdwenen. Maar dat tweede onderzoek noemt Spitzer in zijn boek niet.

Helaas doet Spitzer dit vaker. In het wetenschappelijke artikel Does it Compute? schrijft Harold Wenglinsky dat computers in de klas zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben. Onder meer hoe die technologie wordt ingezet, is daarbij belangrijk. Maar Spitzer negeert die nuance en noteert in zijn boek alleen dat volgens Wenglinsky leren met de computer “een negatief effect op de prestaties” heeft.

Prof. dr. dr. Manfred Spitzer wordt op de achterkant van het boek geprezen als “een van Duitslands belangrijkste geheugenonderzoekers”. Dat mag zo zijn, maar iemand die meerdere keren conclusies uit wetenschappelijke onderzoeken negeert die niet in lijn liggen met zijn stelling, kan ik niet meer vertrouwen.

Zeker niet als duidelijk wordt dat zijn tirade tegen digitale media ook een persoonlijke kant heeft. “Naar mijn mening is het een horrorshow wanneer drie generaties niets beters met hun tijd weten te doen dan voor een beeldscherm op buitenaardse wezens te zitten schieten”, schrijft Spitzer. Hij háát games en eigenlijk alles waar een scherm aan zit. Dat is zijn goed recht, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Spitzers morele afkeer van digitale media een objectieve blik in de weg staat.

En dat is jammer. Want wanneer een samenleving besluit en masse een nieuwe technologie te omarmen, dan is dat het onderzoeken waard. Vooralsnog komt uit onderzoeken een genuanceerd beeld naar voren, maar wie weet, misschien is het wel zo dat de invoering van iPads het studerend vermogen van leerlingen op de lange termijn schaadt. Maar door alleen de feiten te benoemen die passen in zijn betoog, wekt Spitzer de indruk dat zijn noodkreet – “mijd digitale media” – niet op de waarheid is gebaseerd. Daarmee bewijst hij het publieke debat, maar ook zijn medestanders, bepaald geen dienst.

Dit artikel is eerder verschenen bij DNP. Lees meer artikelen van Peter Teffer door een abonnement te nemen via de website van DNP of door de iPhone- en iPad-app van DNP te downloaden.